Onderzoek

De SSW geeft een globale aanwijziging of een patiënt al dan niet auditieve verwerkingsstoornissen heeft.

 

Indien een persoon slecht scoort op de SSW, kan gesteld worden dat er auditieve verwerkingsproblemen aanwezig zijn. Het onderzoek geeft echter slechts een algemeen beeld, waardoor het moeilijk is om zuiver op basis van deze test te zeggen welke functies precies gestoord zijn.

 

Aan de hand van de test kan naar voren komen of uw kind een opstartprobleem heeft, of een snel afnemende aandacht.

 

ONDERZOEKEN

 

 

Eén van de grootste problemen in de diagnostiek van auditieve verwerkingsstoornissen is het ontbreken van een zogenaamde ‘gouden standaard’ (Stollman, 2003).

 

Aan de hand van een afwijkend toonaudiogram kunnen we besluiten dat iemand een gehoorverlies heeft.

Helaas ligt het niet zo eenvoudig bij de diagnostiek van AVS; er bestaat geen test (of combinatie van testen), die ons met garantie kan zeggen of er sprake is van een auditieve verwerkingsstoornis.

 

Dit komt omdat ‘auditief gedrag’ niet los gezien kan worden van het totaal functioneren van een kind.

 

Naast de hieronder beschreven audiologische diagnostiek zal in het algemeen ook informatie over de taalontwikkeling en cognitieve ontwikkeling van het kind gewenst zijn. Dit om beter te kunnen inschatten of er sprake is van een zuivere auditieve verwerkingsstoornis, of dat d eproblemen deel uitmaken van of samengaan met een ander probleem zoals ADHD, leerstoornis of autisme.

CHECKLIST VAN KEITH

 

 

Keith stelde een checklist op waarbij aan leerkrachten, ouders, therapieën gevraagd wordt om 11 stellingen te beoordelen.

De invuller geeft aan of het beschreven gedrag frequenter en intenser voorkomt bij het kind t.o.v. leeftijdsgenootjes.

Keith stelt dat van zodra 4 van de stellingen / symptomen aanwezig zijn en dit minstens 6 maand blijven, er sprake KAN zijn van auditieve verwerkingsstoornissen.

 

STAGGERED SPONDAIC WORD TEST

 

 

KIMURA

 

 

De dichotische cijfertest van Kimura gaat de auditieve integratie en de oordominantie na.

 

Bij kinderen vanaf 10 jaar en volwassenen houdt een goede oordominantie in dat er een lichte voorkeur voor rechts aangeboden materiaal boven links aangeboden materiaal is.

 

 

Een onevenwicht wijst op een niet mee‐evolueren van een zwak oor. Als beide oren verstoord zijn, kan dit erop wijzen op een algemene vertraagde rijping, die mogelijk nog (uit zichzelf) te herstellen is.

PITCH PATTERN TEST

 

 

De PPT is een patroonherkenningstest die temporele verwerking van opeenvolgende non‐verbale stimuli test.

Een zwakke score wijst op problemen met de temporele verwerking van geluid.

Afwijkende resultaten op het gebied van auditieve patroonherkenning kunnen bij benoemen duiden op een zwakke samenwerking tussen linker‐ en rechterhersenhelft.

Om na te gaan of men moeite heeft met het benoemen (een taak van de linker hersenhelft) of het juist herkennen van een patroon (taak van de rechter hersenhelft), kan men de patronen laten naneuriën en laten benoemen.

Indien zowel het neuriën als het benoemen problemen geeft, dan kan dit

duiden op een zwakke patroonherkenning, dat zich voornamelijk in de rechter hersenhelft afspeelt (Musiek, 1999).

 

CONTACTEER ONS

Niijverheidsstraat 76,

9890 Gavere

Eveline: 0478/08.50.06

Michel: 0478/93.12.86

VOLG ONS

IN SAMENWERKING MET